Het aantal kankerdiagnoses neemt toe

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Onderzoekers van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) publiceerde enkele weken geleden een onderzoek over het aantal kankerdiagnoses in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking minstens 1 keer de diagnose kanker zal krijgen. En dat zijn er een stuk meer dan zo’n dertig jaar geleden. Toen ging het namelijk om ‘maar’ 1 op de 3 mensen.

Steeds grotere kans op kanker

Sinds 1990 is de kans op kanker met 14 procentpunt gestegen. Dat betekent dat nu 47 procent van de vrouwen en 54 procent van de mannen ooit kanker krijgt. Enerzijds is de stijging te verklaring doordat we ouder worden dan vroeger. Vrouwen worden gemiddeld zo’n 3,5 jaar ouder en mannen zelfs 7 jaar. Je hebt dus meer ‘tijd’ om de diagnose te krijgen. Daarnaast is het natuurlijk zo dat kanker vaker voorkomt op oudere leeftijd. De hogere levensverwachting leidt tot een stijging van de kans op het krijgen van kanker. Misschien denk je dan wel, is het dan wel goed dat we allemaal ouder worden? Eigenlijk is het wel iets positiefs. Er overlijden tegenwoorden veel minder mensen aan hart- en vaatziekten dan dertig jaar geleden.

Niet alleen de kans op het krijgen van kanker is veranderd, ook het risico per type kankersoort verschilt ten opzichte van vroeger. Dit heeft voornamelijk met onze levensstijl te maken. Door de toename aan straling van de zon neemt de kans op een melanoom (huidkanker) toe. Ook overgewicht heeft zo zijn effect op het krijgen van kanker. Door overgewicht heb je namelijk een groter risico op het krijgen van slokdarm-, lever-, nier- of galwegkanker. Overigens zorgt onze levensstijl niet alleen voor problemen. Doordat we minder zijn gaan roken is de kans op longkanker afgenomen.

Betere diagnostiek

Op het gebied van onderzoek is er de laatste jaren natuurlijk veel verbeterd. Door middel van betere bloedtesten en scans wordt kanker sneller en vaker opgespoord. Dit draagt dus ook bij aan een toename van het aantal mensen dat tegenwoordig de diagnose kanker krijgt.

Triëren kun je leren… met een triage game

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Triage is een belangrijk onderdeel van de spoedzorg. Middels een aantal vragen kun je de urgentie van een klacht of situatie inschatten. In de dagelijkse praktijk gebruiken huisartsen, maar voornamelijk triagisten dit enorm veel. Om tot een goede triage te komen is het noodzakelijk om goed getraind te zijn. 

Beter triëren door een game

Sinds kort is er een game ontwikkeld waarin je kan oefenen met het triëren. Het spel is gebaseerd op de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Je leert onder andere hoe de triage in het algemeen werkt en welke criteria aan bod komen. De game bootst als het ware de triage na:

  • Je krijgt een telefoontje van een patiënt. Die heeft een bepaalde hulpvraag.
  • Daarna is het aan jou om vragen te stellen en de urgentie te bepalen.
  • Vervolgens zie je welke vragen juist zijn gesteld en of je de juiste behandeling hebt ingezet.
  • Een goede en veilige manier om te oefenen!

Diagnose-denken versus urgentie-denken

Als huisarts word je in eerste in instantie opgeleid om zo goed mogelijk een diagnose te stellen. Daardoor is het soms lastig om de daadwerkelijke urgentie te bepalen. En aangezien de huisarts eindverantwoordelijke is, is het toch belangrijk om te weten hoe dit proces verloopt. Je moet dus zowel snel als goed kunnen triëren om de zorg veilig en lopend te houden.

De game wordt opgenomen in de landelijke huisartsenopleiding. Maar ook jij kan oefenen met triëren. Via triagegame.nl  kun je in ongeveer een uur op drie verschillende levels spelen. In totaal krijg je vragen van 12 patiënten. Om de game zo goed mogelijk te houden zorgt de Stichting Nederlandse Triage Standaard voor de nodige updates.

Bronnen

https://www.medischcontact.nl/arts-in-spe/nieuws/ais-artikel/game-traint-huisartsen-en-triagisten-sneller-te-beslissen-bij-spoedzorg

Het gevaar van lachgas

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Sinds 1 januari 2023 geldt er in Nederland een lachgasverbod. Misschien vind je het jammer omdat je regelmatig een ballonnetje gebruikte, misschien ben je als zorgmedewerker juist enorm blij dat deze nieuwe regel is ingegaan. Een ding is zeker, lachgas brengt verschillende risico’s met zich mee. 

Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum ziet sinds 2015 een stijging in het aantal meldingen over het problematisch gebruik van lachgas. In 2020 waren er 144 personen van 13 jaar of ouder die gezondheidsklachten ervoeren na het gebruik van lachgas. Bij ongeveer een derde ging het om neurologische klachten. Op de spoedeisende hulp worden dit soort patiënten ook gezien. Onder de symptomen na lachgasgebruik vallen onder andere:

  • Gevoels-, coördinatie- en loopstoornissen;
  • Krachtsverlies in armen en benen;
  • en blijvende pijn of tintelingen in de ledematen..

Effect van lachgas op het lichaam

Op het moment dat je lachgas neemt komt er minder zuurstof in je hersenen. Daarnaast blokkeert het de werking van vitamine B12. Dit alles kan een licht gevoel in je hoofd en tintelingen veroorzaken.

Het is niet zo dat een enkel ballonnetje geen kwaad kan. Ook van één ballon met lachgas kun je flauwvallen of zelfs een epileptische aanval krijgen. Er wordt gedacht dat de problemen groter zijn bij mensen die al een vitamine B12 tekort hebben. Onderzoek hiernaar loopt nog.

Het lachgas kan voor blijvende zenuwschade zorgen door de blokkade van vitamine B12. In 2020 waren er 64 jongeren die een dwarslaesie hadden opgelopen door het gebruik van het gas.

Uit recent onderzoek blijkt dat er ook bloedpropjes kunnen ontstaan. Dit kan op zijn beurt zorgen voor een herseninfarct. Tevens is het gebruik van lachgas verslavend. Het activeert de dopaminereceptoren in het brein. Sommige mensen gebruiken daardoor zelfs vijftig ballonnen of meer.  Zoals je kan lezen heeft het gebruik van lachgas een behoorlijk impact op de zorg. Volgens artsen is een verbod daarom op zijn plaats.

Invloed op het verkeer

Maar de zorg is niet de enige sector die problemen constateert. Ook het verkeer ondervindt invloeden van lachgas. De politie zag dat per maand honderden bestuurders met lachgas achter het stuur kropen. Dit gaat van aanrijdingen met alleen blikschade tot ook ongelukken met gewonden en doden aldus het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tot 1 januari kon de politie alleen ingrijpen als lachgas overlast of gevaarlijke situaties veroorzaakte. Momenteel mag er al gehandhaafd worden wanneer iemand alleen al lachgas op zak heeft. Hopelijk zorgt dit voor minder druk op de zorg en het verkeer.

Oplopende medicijnschaarste

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Stel, je hebt ADHD en gebruikt daarvoor dagelijks medicatie. Je wilt een herhaalrecept ophalen, maar de apothekersassistente vertelt je dat het middel niet op voorraad is. Eventueel is er een vervanger, maar de vraag is of je daar geen bijwerkingen van krijgt.

Dit soort situaties nemen de afgelopen jaren alleen maar toe. In 2022 zijn er via apothekersorganisatie KNMP 1514 medicijntekorten geregistreerd, een record. Vooral door problemen met de productie en distributie neemt het aantal toe. Je spreekt van een medicijntekort als een medicijn langer dan twee weken landelijk niet beschikbaar is. Het kan natuurlijk gebeurden dat een middel meerdere keren per jaar niet op voorraad is. Als er enkele maanden tussen zit, wordt het genoteerd als twee tekorten.

Volgens de organisatie konden in bijna 75% van de gevallen de tekorten worden opgevangen door een vervangend geneesmiddel die dezelfde werkzame stof bevat. Daarnaast was in meer dan de helft van de gevallen het tekort binnen tien weken opgelost. Dat neemt niet weg dat het alsnog om een enorme toename gaat. Neem bijvoorbeeld 2021. In dat jaar waren er 1007 soorten medicijnen te weinig beschikbaar.

Nieuwe regels medicijnschaarste

Vanaf 1 januari 2023 is het de bedoeling om een ‘ijzeren voorraad’ aan te leggen. Dat houdt in dat handelaren en groothandels verplicht worden om een bepaalde hoeveelheid medicijnen op voorraad te hebben. Eventuele tekorten zouden dan in ieder geval zes weken overbrugd kunnen worden. Om dit te laten slagen is het natuurlijk belangrijk dat iedereen zich aan de nieuwe maatregel houdt. Aangezien de regel pas net is ingegaan, vindt er nog geen controle plaats en wordt 2023 gezien als een soort overgangsjaar. Toch is er ook in 2023 al een record tekort aan medicijnen; halverwege dit jaar staat de teller al op 1179 tekorten. Vanaf 2024 gaat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) actief handhaven.

De directeur van de Nederlandse medicijnfabriek Tiofarma vraagt zich af of de nieuwe regel niet meer als ‘symptoombestrijding’ gezien moet worden. De problemen in productie en distributie worden natuurlijk niet verholpen. We zien nu al dat Nederland steeds afhankelijker wordt van het buitenland als het gaat om medicatie. Inmiddels zijn er nog maar ongeveer 20 medicijnfabrieken in Nederland, terwijl het decennia geleden nog om tientallen ging. Het ministerie van Volksgezondheid vertelt dat er een grotere aanpak nodig is om de medicijntekorten te voorkomen. Denk aan een Europese of zelfs internationale aanpak, aangezien het probleem zich wereldwijd voordoet.

Ziek door vogelgriep

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Het afgelopen jaar is vogelgriep veel in het nieuws geweest. Nu rijst misschien de vraag of je als mens ook besmet kan raken met het virus…

Eerst wat achtergrond informatie over de vogelgriep. Het wordt veroorzaakt door een griepvirus dat eind jaren negentig in China is ontstaan. Doordat het door trekvogels wordt meegenomen kwam het in 2003 voor het eerst naar Europa. Vanaf 2014 zijn er jaarlijks uitbraken geweest. De verspreiding gaat erg snel doordat het zich niet alleen van dier tot dier kan verspreiden, maar ook via kleding, voertuigen of andere instrumenten. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wordt ingeschakeld om het pluimvee te ruimen indien er sprake is van een vastgestelde besmetting.

Vogelgriep bij mensen

Indien er zeer intensief contact is met een levende besmette vogel, kan je als mens besmet raken. Maar daar staat een kanttekening bij. In de afgelopen twee jaar zijn er bij zes mensen in Noord-Amerika en Europa besmettingen vastgesteld. Deze mensen waren allemaal betrokken bij het ruimen van besmet pluimvee. De klachten die kunnen ontstaan lijken op gebruikelijke griepklachten zoals koorts, spierpijn, keelpijn, hoofdpijn en soms een oogontsteking. Bij heel ernstige gevallen kan iemand door de vogelgriep overlijden. In Nederland gebeurde dit in 2003 voor het laatst. Een dierenarts overleed door intensief contact met besmet vee aan een ernstige longontsteking.

Voorwaarden voor grootschalige besmetting bij mensen

Op grote schaal raken mensen nu nog niet besmet. Voordat dit kan moet aan drie voorwaarden worden voldaan:

  • mensen moeten intensief contact hebben met besmette vogels;
  • het moet gaan om een ziekmakende variant;
  • en het virus moet aangepast zijn aan de mens.

Tot op heden voldoet het virus nog niet aan de derde voorwaarde. Maar een dergelijke aanpassing is natuurlijk wel mogelijk in de toekomst.

Reanimatie redt levens: een opfriscursus

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Misschien heb je weleens een reanimatiecursus gevolgd of zelfs een reanimatie meegemaakt. Een ding is zeker, het kan levens redden. Als zorgprofessional is het nodig om eens in de 2 jaar een herhalingscursus te volgen na de initiële eerste reanimatiecursus. Hieronder een kort overzicht zodat je ook in de tussentijd je kennis even kan opfrissen.

Allereerst is het belangrijk om te weten dat de eerste 6 minuten bij een circulatiestilstand het meest cruciaal zijn. Als je binnen de 6 minuten start met de reanimatie, eventueel met een AED, dan is de overlevingskans het grootst.
Daarnaast is het handig om te weten bij welke circulatiestilstanden het nut heeft om een schok toe te dienen met behulp van een AED (Automatische Externe Defibrillator). Het gaat om ventrikelfibrilleren en ventrikeltachycardie. Je kan aan de persoon natuurlijk niet zien om wat voor probleem het gaat. Gelukkig kan een AED het soort ritme detecteren. Indien het inderdaad om een van bovenstaande circulatiestoornissen gaat geeft het apparaat dit aan, waarna een schok kan worden toegediend.

Als laatste een overzicht van de stappen die je doorloopt bij een reanimatie:

1. Kijk of de omgeving waarin jij en het slachtoffer zich bevinden veilig is.
Als dit nog niet zo is, probeer dan een veilige omgeving te creëren. Laat omstanders bijvoorbeeld het verkeer omleiden.
2. Controleer het bewustzijn van het slachtoffer.
Schud aan de schouders en vraag duidelijk ‘Gaat het?’
3. Als er geen reactie komt is het nodig om 112 te bellen.
Laat dit eventueel door een omstander doen. Hou de telefoon op speaker en bij jou in de buurt. Als er meer mensen aanwezig zijn kan je ook iemand vragen om een AED te halen.
4. Het is nodig om de ademhaling te controleren.
Dit doe je door de luchtweg te openen met behulp van de Head tilt-Chin lift. Kijk, luister en voel 10 seconden naar een normale ademhaling. Een volwassen persoon ademt ongeveer 12 tot 16 keer per minuut. In die 10 seconden zou het dus om 2 of 3 ademhalingen gaan.
5. Als je geen normale ademhaling hebt, start je met de reanimatie.
Dit geef je ook door aan 112. Je start met 30 borstcompressies gevolgd door 2 beademingen. Blijf dit herhalen! Reanimeren is erg inspannend. Wissel indien mogelijk af met andere personen.
6. Als er een AED is gehaald sluit je die zo snel mogelijk aan.
Vanaf dat moment kun je de aanwijzingen van het apparaat volgen.
7. Ga door totdat de ambulance er is.

Voor meer informatie en een aantal filmpjes verwijs ik je graag naar de website van de Nederlandse Reanimatie Raad.

We worden zwaarder

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

In mei heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een rapport gepresenteerd over overgewicht. En dat ziet er helaas niet echt rooskleurig uit. Bijna zes op de tien volwassenen in Europa hebben overgewicht of obesitas. Eigenlijk is alleen in de Verenigde Staten dit probleem groter. Ook bij kinderen zie je de problematiek groeien. Bijna een op de drie kinderen is inmiddels zwaarlijvig.

In 2020 had ongeveer de helft van de volwassenen in Nederland overgewicht. In vergelijking met 40 jaar geleden is dit enorm toegenomen. In de jaren 80 had zo’n 33 procent van de volwassenen een vorm van overgewicht. Tussen 2015-2020 was het aantal redelijk stabiel.

Helaas heeft de coronapandemie ook bij dit onderwerp roet in het eten gegooid. De groep mensen met obesitas is tijdens de corona-periode minder gaan bewegen en ongezonder gaan eten. Al met al heeft dit probleem gevolgen voor de algehele volksgezondheid. Mensen met overgewicht hebben onder andere een grotere kans op het ontwikkelen van:

hart- en vaatziekten;
diabetes;
kanker;
en luchtwegaandoeningen.
Hierdoor is er meer zorg nodig en gaan dus ook de zorgkosten omhoog. Dat het een ernstig probleem is komt ook naar voren in de sterftecijfers. Naar schatting overlijden er in Europa elk jaar 1,2 miljoen mensen door de gevolgen van overgewicht en obesitas.

Het is belangrijk om gezond te eten en voldoende te bewegen. Probeer je aan de schijf van vijf te houden. Zo weet je zeker dat je een gezond en volwaardig eetpatroon volgt. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Mocht je er zelf niet uitkomen, dan kan de huisarts of diëtist je mogelijk verder helpen.

Bronnen:

Bronnen 1. WHO: Bijna 6 op de 10 volwassen Europeanen hebben overgewicht of obesitas | NU.nl
Meer volwassenen met ernstig overgewicht tevreden met gewicht (cbs.nl)
Overgewicht | Voedingscentrum

‘HELLP, ik ben zwanger en heb een hoge bloeddruk’

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Tijdens de zwangerschap kan een vrouw een hoge bloeddruk ontwikkelen. De verschillende vormen worden hieronder uitgelegd.

Zwangerschapshypertensie

Hierbij is er een systolische bloeddruk >140 of een diastolische bloeddruk >90 mmHg die is ontstaat na de 20e week van de zwangerschap. Er zijn nog geen tekenen van eiwitten in de urine of orgaanschade. De hypertensie is meestal asymptomatisch. Soms krijgen vrouwen hoofdpijn of hebben ze vocht in de enkels. Als behandeling is het belangrijk om de bloeddruk regelmatig te controleren. Bij een ernstige hypertensie >160 systolisch of 110 mmHg diastolisch zijn bloeddrukverlagers nodig.

Pre-eclampsie

Bij pre-eclampsie is er ook sprake van een bloeddruk >140/90 mmHg die is ontstaat na de 20e week van de zwangerschap. Het verschil t.o.v. zwangerschapshypertensie is, is dat hierbij wel sprake is van eiwitten in de urine en mogelijk tekenen van orgaan falen. Het ontstaat door een systemische inflammatie en endotheeldisfunctie. De patiënte wordt opgenomen en de bloeddruk wordt regelmatig gecontroleerd. Ook zijn er bloeddrukverlagers nodig. Er vindt een inleiding van de bevalling plaats bij een zwangerschap van 36-37 weken of bij klinische achteruitgang.
Indien er convulsies aanwezig zijn wordt het eclampsie genoemd.

HELLP

Hemolysis, elevated liver enzymes and low platelet count (HELLP) ontstaat door een afwijkende ontwikkeling en functie van de placenta. Er is ontsteking van de lever en het stollingssysteem wordt geactiveerd. De leverwaarden zoals ASAT en ALAT zijn verhoogd, terwijl het Hb en de trombocyten zijn verlaagd. De symptomen bestaan onder andere uit pijn in de rechter bovenbuik, ascites, braken, geelzucht, misselijkheid, hoofdpijn, en visusstoornissen. De klachten komen vaak in aanvallen, die vooral in de nacht aanwezig zijn. Als behandeling wordt er intraveneus magnesiumsulfaat toegediend. Ook kan er een trombocytentransfusie of vroegtijdige bevalling nodig zijn.

Wachten, wachten en nog eens wachten…

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Stel, je hebt last van je knie en wil naar de huisarts. Dan kun je daar dezelfde week terecht, meestal zelfs binnen een dag. Naar aanleiding van je verhaal denkt de huisarts dat er toch echt wel iets aan de hand is. Er volgt een doorverwijzing naar de orthopedie. En dan begint dus het wachten..

Wachttijden in de zorg

Het is bij de meeste mensen bekend dat je gemiddeld een aantal weken moet wachten totdat je eindelijk je afspraak hebt. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) onderscheidt drie soorten wachttijden. De wachttijden bij de poliklinieken, de wachttijden voor diagnostiek en de wachttijden voor de behandelingen. De NZa vraagt ziekenhuizen hoe lang een patiënt moet wachten en maakt aan de hand daarvan een berekening voor de gemiddelde tijd. Op meerdere websites kun je zien hoe lang dit ongeveer is. Het kan flink verschillen per ziekenhuis, per afdeling en zelfs per arts.

Om de wachttijden binnen de perken te houden, is er een norm opgesteld waar ziekenhuizen aan moeten voldoen. Dit wordt de Treeknorm genoemd. Iemand moet binnen 4 weken gezien worden op de poli of voor diagnostiek. Een behandeling mag maximaal 7 weken wachttijd hebben.  Door corona zijn de wachttijden helaas flink opgelopen en is de norm in veel gevallen niet te behalen.

Terugkomend op de knieklachten. Op het moment van schrijven duurt het gemiddeld 20 dagen voordat je daadwerkelijk in de spreekkamer zit om je klacht met de orthopeed te bespreken. De arts wil graag een MRI aanvragen. Hier moet je gemiddeld 23 dagen op wachten. Er blijkt helaas sprake te zijn van meniscusletsel. Er is een operatieve behandeling nodig. Oftewel je moet nog eens 56 dagen wachten. Al met al ben je een kleine 100 dagen verder voordat je aan je revalidatieproces kan beginnen. En daar zijn natuurlijk ook weer wachtlijsten voor…

Hopelijk gaan de wachttijden de komende periode weer meer richting de norm nu corona wat meer naar de achtergrond verdwijnt.

Schurft: ‘Wat een jeuk’

De afgelopen maanden gaat scabiës, beter bekend als schurft, steeds meer rond. Vooral in studentenhuizen lijkt er een stijging zichtbaar. Dat komt waarschijnlijk doordat mensen daar dicht op elkaar leven.

Wat is schurft?

Schurft is een huidaandoening die zich kenmerkt door rode uitslag en ernstige jeuk. De klachten zijn vooral ’s nachts aanwezig. De jeuk wordt veroorzaakt door schurftmijten. De beestjes maken kleine gangetjes aan de oppervlakte van de huid. Hierin leggen ze eitjes waar weer nieuwe mijten uit voortkomen. Deze gangetjes zijn soms ook zichtbaar. De rode bultjes zijn vooral zichtbaar tussen de vingers en op de enkels en polsen, maar kunnen eigenlijk op het gehele lichaam voorkomen.

Schurft is erg besmettelijk. De overdracht vindt plaats via huidcontact of via besmet beddengoed of kleding. Na ongeveer twee tot zes weken ontstaan de klachten. Toch komen patiënten vaak laat bij de huisarts. Ze schamen zich om de diagnose te krijgen.

Behandeling van schurft

Om de jeuk te verlichten vinden veel patiënten het fijn om koud te douchen. Als er officieel scabiës is vastgesteld, zijn er twee behandelopties. Er kan een crème op het gehele lichaam worden gesmeerd op dag 1 en dag 7 na de diagnose. Daarnaast kunnen er pillen worden geslikt. De behandelingen werken beiden even goed. Het voordeel van de crème is, is dat deze wordt vergoed.

Daarnaast moeten ook de overige leden van het huishouden worden meebehandeld. Dit om te voorkomen dat de aandoening zich verder kan verspreiden. Zorg ook dat al het beddengoed en de gedragen kleding op 60 graden worden gewassen. Hierdoor gaan de mijten dood.

En onthoud vooral: als je denkt, ‘ik kan weleens schurft hebben’, ga naar de huisarts. Hoe sneller je wordt behandeld, hoe milder de klachten.

×