Oh nee, een snee! Over wondgenezing

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Je bent iets aan het snijden tijdens het koken en opeens schiet er een pijnscheut door je vinger heen. Je hebt je gesneden… Zoekend naar een pleister, stopt het al snel met bloeden. Zo dat is ook weer opgelost. Maar eigenlijk begint het echte werk dan pas echt. Dan doel ik vooral op de wondgenezing.

Bloedstolling

Het stoppen met bloeden komt door hemostase, oftewel bloedstolling. Je vaten contraheren en er vormt een fibrineprop. Daarnaast komen er pro-inflammatoire cytokinen en groeifactoren vrij. Deze factoren stimuleren de groei van epitheelcellen en zorgen dat neutrofielen en monocyten worden aangetrokken. Dit alles zorgt dat de inflammatiefase (ontstekingsfase) van de wondgenezing begint.

Als de bloeding onder controle is, komen ontstekingscellen naar de wond. Neutrofielen, macrofagen en lymfocyten infiltreren achtereenvolgens de wond en het weefsel eromheen. De neutrofielen zorgen voor de afvoer van afvalstoffen afkomstig van fagocytose-cellen en andere micro-organismen. Dit voorkomt in principe een infectie. De neutrofielen sterven, waardoor er intracellulaire enzymen vrij komen die zorgen dat het weefsel afsterft.

De tweedelijns verdediging tegen infectie bestaat uit macrofagen en fagocytose bacteriën. Er worden allerlei stoffen uitgescheiden die het necrotische weefsel rondom de wond afbreken. Ook fibroblast groeifactoren, de transformerende groeifactor, epidermale groeifactoren en interleukine worden door macrofagen gevormd. Deze spelen een rol in de volgende fase van de genezing.

De proliferatiefase

De proliferatiefase overlapt de inflammatiefase en kenmerkt zich door her-epithelisatie. Dit betekent dat er nieuwe epitheelcellen worden aangemaakt die zich over de voorlopige matrix in de wond verspreiden. Fibroblasten en endotheelcellen spelen de belangrijkste rol bij het herstel van de dermis. Ze bevorderen bijvoorbeeld de aanmaak van collageen en granulatieweefsel. Ook het maken van nieuwe bloedvaten, de angiogenese, wordt volbracht met behulp van endotheelcellen.

Wanneer er een frame van collageen is gevormd door de fibroblast cellen en het verdere herstel van de dermis plaats vindt, kan de hermodelleringsfase beginnen. In deze fase vindt de verdere aanmaak van collageenweefsel plaats. Dit zorgt dat de rekbaarheid van het weefsel toeneemt. Het kan tot wel twee jaar duren voordat deze laatste fase is afgerond.

Minder feestelijk dan gedacht, intoxicaties

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Volle kroegen, dansende mensen en lekkere meezingers. Dat klinkt voor velen als een perfecte avond uit. Helaas kan deze avond ook uitlopen in een drama. Het gebeurt regelmatig dat jongeren tijdens het uitgaan een te grote hoeveelheid alcohol, medicatie of zelfs drugs binnenkrijgen. Als arts op de spoedeisende hulp krijg je deze patiënten dan ook geregeld te zien. Maar wat voor symptomen passen bij de verschillende soorten intoxicaties?

Allereerst is het belangrijk om de patiënt volledig te controleren en behandelen door middel van de ABCDE-methode. Hierbij verleen je eerste hulp volgens het principe “treat first what kills first”.

Na adequate behandeling kan gekeken worden naar de intoxicatie. Bij een alcoholintoxicatie zie je vooral jongeren of alcoholverslaafden. Enkele minuten na inname moeten ze braken en komen ze minder goed uit hun woorden. Na enkele uren ontstaan er meer systemische problemen. Hierbij kun je denken aan het ontstaan van hartritmestoornissen en een leverinsufficiëntie. Ze kunnen zelfs in coma raken. Bij een opioïdenintoxicatie gaat het om een toxische hoeveelheid van bijvoorbeeld morfine, codeïne en oxycodon. Het verschilt per middel wat de symptomen zijn. Vaak gaat het om braken, problemen met ademen, sedatie, spraakstoornissen en uiteindelijk coma.

Intoxicatie met insecticiden en paddenstoelen

Een cholinergisch syndroom ontstaat door toxische inname van o.a. insecticiden en paddenstoelen. Binnen enkele minuten zie je de persoon braken, incontinent worden voor urine en ontlasting en wordt het ademhalen lastiger. Wegrakingen en coma behoren ook tot de kenmerken.

Het anticholinerg syndroom kan ontstaan bij overmatige inname van bijvoorbeeld een hoge dosis antipsychotica, antihistaminica en spierverslappers. Binnen 1-2 uur ontstaan hallucinaties, hartritmestoornissen en wegrakingen. Als laatste het sympaticomemetisch syndroom. Dit komt door inname van een toxische hoeveelheid van middelen zoals amfetamine, cocaïne en XTC-achtige stoffen. Typisch bij dit syndroom is braken, agitatie, hartritmestoornissen, hallucinaties en wegrakingen.

Bovenstaande intoxicaties kunnen behandeld worden met geactiveerd kool, maag- of darmspoelingen of een antidotum. Afhankelijk van het middel en de ernst wordt bepaald wat er moet gebeuren.

Hartslag Ademhaling Temperatuur Pupillen Bewustzijn Overig
Alcoholintoxicatie ↑/ ↓ =/gedilateerd Ataxie
Opioïdenintoxicatie Vernauwd
(Pinpoint)
Hyperreflexie
Cholinergisch
syndroom
↑/ ↓ = Vernauwd
(Pinpoint)
Klamme, bleke huid
Peristaltiek ↑
Speeksel ↑
Anticholinerg
syndroom
Gedilateerd ↓/= Warme, droge, rode huid
Peristaltiek ↓
Sympaticomimetisch
syndroom
Gedilateerd ↓/= Klamme, bleke huid
Speeksel ↓
Tremor

Hoe werkt de zorgverzekering?

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Jij hebt net zoals iedereen in Nederland een zorgverzekering. Zilveren Kruis, CZ en ASR zijn een aantal van de vele beschikbare verzekeringsmaatschappijen. Maar hoe zit deze verzekering eigenlijk in elkaar? Hieronder een uitleg.

Verplichte zorgverzekering

In Nederland is iedereen verplicht om een zorgverzekering af te sluiten in de vorm van, in ieder geval, een basisverzekering. De overheid bepaalt jaarlijks wat er in het basispakket zit en hoe hoog het eigen risico is. De zorg van de huisarts of het ziekenhuis wordt daarmee gedekt.

Daarnaast wordt bepaald of je een extra eigen bijdrage moet betalen of dat er een eigen risico geldt voor de verschillende onderdelen van het basispakket. Een voorbeeld: voor een bezoek aan de huisarts geldt geen eigen risico of eigen bijdrage. Voor een bezoek aan een medisch specialist moet je een bedrag betalen wat van je eigen risico af wordt gehaald.

In 2022 is het eigen risico €385. Dit kun je eventueel vrijwillig ophogen tot 885 euro. In ruil daarvoor krijg je korting op je maandelijkse premie. Dit kan handig zijn als je het vermoeden hebt niet veel zorg nodig te hebben in het aankomende jaar.

Doordat we in Nederland een georganiseerd zorgstelsel hebben is er voor iedereen toegankelijke en goede zorg mogelijk. Leeftijd of gezondheid spelen geen rol bij het aanvragen van een basispakket bij de zorgverzekeraar.

Naast de kosten voor de eigen bijdrage bepaalt de overheid ook de hoogte van de zorgtoeslag. Om de toeslag te ontvangen moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen. Zo mogen je inkomen en spaargeld niet te hoog zijn en moet je ouder zijn dan 18 jaar.

Aanvullende zorgverzekering

Dan bestaat er ook nog een aanvullende verzekering. Die dekt (een deel van) de zorg die niet in het basispakket zit. Denk bijvoorbeeld aan een extra vergoeding voor de tandarts. De verschillende pakketten kun je zelf samenstellen.

De zorgverzekeraar bepaalt de voorwaarden en vergoedingen voor de aanvullende pakketten. De overheid heeft er dus geen invloed op. Zorgverzekeraars concurreren onderling door de premie zo voordelig mogelijk te maken. Daarnaast onderhandelen verzekeraars ook met zorgverleners over de prijs van de geleverde zorg. Door deze twee manieren van concurrentie moet de zorg betaalbaar blijven voor de Nederlandse burgers.

In november maken de verzekeringsmaatschappijen hun zorgpolis bekend. Jij hebt dan t/m 31 december de tijd om te wisselen van verzekering. Dit kan je heel wat euro’s aan zorgkosten schelen. De verwachting is dat de premie voor de basisverzekering steeds iets hoger wordt, aangezien de zorg zelf ook duurder wordt. Ook het eigen risico loopt al jaren op. Bij de invoering in 2008 bedroeg het bedrag 150 euro, terwijl het nu dus 385 euro is. De toekomst zal uitwijzen hoe de stijging verder verloopt.

Je laten registreren in het BIG-register

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

BIG registratie volgt na heel wat jaren studeren. Als verpleegkundige of arts is het dan de tijd om je officieel te laten registeren.

Waar staat BIG voor

Het staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Het is een online en openbaar register die geregistreerde hulpverleners in staat stelt om hun beroep te kunnen uitoefenen. Alleen als je actief aan het werk bent is het nodig om in het BIG-register te staan.

Wetten

Het register komt voort uit de Wet BIG. Hierin staan alle wetten en criteria vastgelegd die nodig zijn om de registratie en het register aan een kwaliteitsnorm te laten voldoen.

Iedereen kan het register bekijken. Dus ook de patiënten. Middels het BIG-nummer of de achternaam is de zorgverlener op te zoeken. Zo weet je als patiënt zeker dat je bekwame hulpverleners treft. Het is namelijk noodzakelijk om je eens in de 5 jaar te registreren. Als zorgverlener moet je aan bepaalde criteria voldoen om te kunnen her registreren. Er is genoeg werkervaring nodig wat wordt bepaald met de urennorm. Per beroep gelden er weer andere criteria. Mocht je de urennorm niet halen, dan kan je je altijd laten bijscholen in het betreffende onderwerp.

Buitenlands diploma

Een ander voordeel van de registratie is dat je ook met een buitenlands diploma aan de slag kan in Nederland. Nadat je diploma erkend is, kan je je BIG-nummer aanvragen. Daarna ben je even bekwaam als de zorgprofessionals met een Nederlands diploma.

Als laatste worden er in het register heel wat cijfers bijgehouden. Zo zijn er tabellen die het aantal registraties weergeven. Ook houdt het de man-vrouw verdeling bij binnen per beroepsgroep. De cijfers worden maandelijks bijgehouden, erg actueel dus.

De Nutri-score

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Misschien ben je het al wel tegengekomen, de Nutri-Score. Sinds een paar maanden staat er op veel producten in de supermarkt dit nieuwe logo. Door middel van dit teken zou je in een oogopslag moeten zien hoe ‘gezond’ het product is. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Tegenstrijdige berichten Nutri-Score

Er zijn tegenstrijdige berichten in het nieuws te lezen over deze score. Zo geeft de consumentenbond aan dat het een samenvatting is van de ingrediëntenlijst. Met een letter (A t/m E) en een kleur (groen t/m donker oranje) kun je een schatting maken van de totale voedingswaarde. Wel is het belangrijk om te weten dat de vergelijking alleen binnen een productgroep gemaakt kan worden. Je kan bijvoorbeeld twee soorten mueslirepen met elkaar vergelijken. Die zonder toegevoegde suiker krijgt een A en die met het meeste suiker een D. Een product met een A is dus niet altijd gezond. Je kan een diepvriespizza met een score A tegenkomen omdat er bijvoorbeeld volkoren meel en veel groenten zijn gebruikt. Toch blijft een zelfgemaakt gerecht met veel groente beter.

Problemen Nutri-Score

Het logo is nog niet officieel goedgekeurd door de minister van Volksgezondheid. Volgens het voedingscentrum is het nodig om eerst de problemen op te lossen. Als voorbeeld geven ze dat een witbrood met extra eiwit een A kan krijgen, terwijl een volkoren brood met bijvoorbeeld een C toch echt gezonder is. Ook loopt de score niet gelijk aan de voedingsrichtlijnen volgens de Schijf van Vijf.

Blijf de komende periode dus ook zelf nog goed opletten met wat je koopt. Kijk of je voedsel binnen de Schijf van Vijf past en neem de Nutri-Score mee als hulpmiddel om binnen productgroepen een gezondere keuze te maken.

Medisch beroepsgeheim

Geschreven door Ruth Wolters, geneeskundestudent

Iedereen die in de zorg werkt heeft weleens van het medisch beroepsgeheim gehoord. Toch is bij velen niet bekend wat het precies betekent. Daarom een kort overzicht inclusief een stappenplan die je bij morele dilemma’s kan gebruiken.

Wat is het medisch beroepsgeheim?

Het medisch beroepsgeheim kan kort worden samengevat als een recht van de patiënt en een plicht van de arts. De zorgverlener, bijvoorbeeld een arts, moet zwijgen over alles wat hij over de patiënt te weten is gekomen tijdens het uitvoeren van zijn beroep. Het beroepsgeheim bestaat grotendeels uit de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt. Hierbij is het belangrijk dat de patiënt vrije toegang heeft tot de zorg en er van uit kan gaan dat zijn privacy beschermt blijft.

Juridische betekenis

Als je juridisch naar het medisch beroepsgeheim kijkt, kom je twee termen tegen: de zwijgplicht en het verschoningsrecht. De zwijgplicht is de plicht van een arts om te zwijgen over alles wat hij over de patiënt te weten komt tijdens zijn beroepsbeoefening. Door het verschoningsrecht hoef je in een rechtbank geen verklaring af te leggen als je hiermee je beroepsgeheim breekt. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. Denk bijvoorbeeld aan de wettelijke plicht om bepaalde infectieziekten door te geven aan de GGD. Ook wanneer de patiënt toestemming geeft om zijn/haar medische gegevens te delen mag je dit doen. En als laatste kun je het beroepsgeheim doorbreken als er anders een ernstig nadeel voor een andere persoon of de patiënt zelf kan worden voorkomen.

KNMG stappenplan

In de overige gevallen is het een kwestie van goed blijven nadenken. Zwijg ik of maak ik een andere beslissing dan van mij verwacht wordt? Het KNMG heeft hiervoor een stappenplan ontwikkeld. Dit kan je helpen bij bepaalde morele dilemma’s.
1. Dilemma verkennen;
2. Morele vraag formuleren;
3. Betrokkenen en argumenten analyseren;
4. Argumenten afwegen;
5. Besluit nemen;
6. Proces evalueren.

‘Jij kan mij wel helpen met mijn medische vragen, toch?’

Als medisch student zul je vast gevraagd worden om bepaalde medische vragen te beantwoorden. In je vriendenkring of op een verjaardag met familie is er altijd wel iemand die hier of daar een pijntje heeft. En aangezien jij verpleegkundige of dokter wordt weet jij er wel raad mee, toch?

De medische vragen kunnen variëren van ‘ik voel me al een week verkouden, moet ik naar de huisarts?’ tot ‘ik heb mijn voet verzwikt, kun jij hem onderzoeken en mij vertellen of het gebroken is?’

Als beginnend medisch professional wil je die vragen maar al te graag beantwoorden, dat is tenslotte waar je voor leert. Helaas zijn de vragen vaak lastig, helemaal als je nog aan het begin van je studie staat. Daarom een aantal tips om met dit soort situaties om te gaan.

Allereerst een handige website, namelijk thuisarts.nl. Hier staan allerlei klachten en aandoeningen op een eenvoudige en begrijpelijke manier uitgelegd. Op de website staat wat een aandoening betekent, wat voor symptomen er bij passen en wat een mogelijke behandeling zou kunnen zijn. Ook staat er wanneer en met wie je contact moet opnemen in het geval van ernstige klachten. Ideaal als iemand jou vraagt wanneer ze moeten bellen!

Medische vragen behandelen met medestudenten

Als er toevallig meer medisch studenten in je vriendenkring zitten, kun je natuurlijk ook overleggen. Samen weten jullie meer dan alleen. Door het er over te hebben leer je misschien ook zelf weer iets over een bepaalde aandoening. Pas wel op dat jullie niet samen de verkeerde conclusies trekken over de desbetreffende medische vragen. Dan is de vragensteller nog verder van huis.

Ook kun je zeggen dat je er nog wat onderzoek naar wil doen. Je kast staat vast vol studieboeken en Google bevat nog meer informatie. Tijdens je zoektocht kunnen zomaar alle puzzelstukjes op zijn plek vallen.

En de laatste en misschien wel belangrijkste tip. Als je het niet weet is dat natuurlijk niet erg, je bent immers nog student. Geef dit aan en stuur de persoon in kwestie eventueel door naar de huisarts, die weet er vast wel raad mee!

×